studiemogelijkheden en aanmelden

contact en open dag

verder lezen

de passie van docenten

een dag uit het leven van een student

filmportretten van oud studenten

portret van onze opleiding

welkom

Van eigen ontdekkingen doen word je enthousiast!

Andere docenten aan het woord:

Leestip van Ine:

De telduivel

door H.M. Enzensberger

Ine Meijers heeft deelgenomen aan het onderzoeksproject HaVER (Handig, Verstandig en Effectief Rekenen). Deze werkgroep heeft nieuwe werkvormen ontwikkeld waarmee je in een klas met leerlingen van uiteenlopende rekenniveaus iedereen aan zijn trekken kan laten komen en aan het nadenken kan zetten.

Van 2009 tot 2012 hebben negen vrijescholen deelgenomen aan het hieruit voortkomende nascholingstraject: Van HaVER tot Gort. Binnenkort worden de ervaringen en de inhoud gepubliceerd onder auspiciën van de Vereniging van Vrijescholen. KLOPT DIT NOG ???? IS HET BOEK AL UIT????  LINK NAAR NASCHOLING MAKEN?

 

De drive om kinderen te helpen hun angst voor rekenen en voor wiskunde te overwinnen zat er al vroeg in bij Ine Meijers. Op de lagere school al hielp ze haar klasgenootjes met moeilijke sommen. Wie is Ine Meijers en hoe werd ze docent rekenonderwijs op de Vrijeschool Pabo?

 

‘Mijn interesse in rekenen is er altijd geweest,’ vertelt Ine. ‘Ik weet nog de eerste keer dat ik het woord procent hoorde, ik was een jaar of 10. Dat woord maakte me vreselijk nieuwsgierig. Ik wílde begrijpen wat dat was. In de 5e klas van de lagere school kon ik al worteltrekken, dat had mijn vader me geleerd. Ik begreep natuurlijk niet precies wat ik deed, maar kon het trucje wel uitvoeren. De interesse in het oplossen van moeilijke vraagstukken heb ik van huis uit meegekregen. Ik kom uit een bèta-gezin. Wij deden thuis veel aan raadsels oplossen. Mijn ouders, vooral mijn vader heeft ons enorm gestimuleerd om dingen te begrijpen, om probleempjes, van welke aard ook, op te lossen door erover na te denken.’

 

Niet bang voor moeilijke opgaven

‘Ik denk dat het soort nest waar ik uit kom ertoe heeft bijgedragen dat ik van jongs af aan het vertrouwen had dat ik, door goed na te denken en te proberen, welke som dan ook zou kunnen oplossen. Ik ben nooit bang geweest voor moeilijke opgaven. Op de lagere school, toen ik in de 6e klas zat, een klas met bijna 40 kinderen, ondersteunde ik de leerkracht door ook langs de bankjes te lopen en kinderen te helpen met rekenen. Ik vond dat toen al heel fijn. Op de middelbare school ging ik daarmee door. Wiskunde was mijn lievelingsvak. Ik ervoer blijdschap als ik een probleem op wist te lossen. Ik ging net zolang door tot ik het antwoord wist, en helemaal als de anderen het opgaven, ging ik door. Ook in die tijd hielp ik klasgenoten met wiskunde en gaf ik soms bijles.’

 

Wiskundekneuzen

‘Het lag voor de hand dat ik wiskunde ging studeren. Daarvoor ging ik naar de universiteit in Nijmegen. Na mijn afstuderen werkte ik als docent wiskunde op een middelbare school. In de loop van de jaren merkte ik dat ik van nature veel aandacht had voor de zwakkere leerlingen. Ik probeerde ze enthousiast te krijgen en vertrouwen te geven en vond het heerlijk als dat lukte. In een bepaald jaar had ik een 6 vwo-klas vol, zoals zij dat zelf ervoeren, ‘wiskundekneuzen’. Allemaal met de hakken over de sloot overgegaan, met een onvoldoende voor wiskunde. Op die school was het beleid dat de leerlingen hun eigen docent mochten kiezen, dus het was opvallend dat ze allemaal bij mij terechtkwamen. Het belangrijkste wat ik deed, en wat ik altijd gedaan heb, was ze proberen vertrouwen te geven. Ik nam ze bij de hand, maar liet ze zoveel mogelijk zelf ervaren, zelf uitzoeken. Ze zijn allemaal met een voldoende voor wiskunde geslaagd.

 

In 1992 ben ik een aantal jaren gestopt met werken omdat we als gezin zijn verhuisd en ik tijd voor mijn jonge kinderen wilde hebben. Na verloop van tijd ging ik weer bijlessen geven. Ook toen merkte ik weer dat ik kinderen met weinig vertrouwen in wiskunde echt kon helpen. Van lieverlee kreeg ik het verlangen dit talent breder in te zetten en te ontwikkelen, en om die reden ben ik toen de opleiding tot Remedial Teacher gaan doen. Daar was ik precies op mijn plek. Alles wat ik van nature al deed, kreeg nu betekenis en kreeg handen en voeten. Ik leerde hoe belangrijk het is om al op jonge leeftijd een goede basis mee te krijgen voor het rekenen. Na die opleiding begon ik thuis een Praktijk voor Remedial Teaching. Mijn belangrijkste uitdaging was en bleef om kinderen te helpen, te motiveren, om op zichzelf te leren vertrouwen en op eigen benen te staan. Het mooiste was als ze eigen ontdekkingen deden. Van eigen ontdekkingen doen word je enthousiast! Via een tijdelijke invalbaan op de opleiding tot leraar wiskunde realiseerde ik me: een pabo, dat is een plek waar ik werken wil.

Zo ben ik op de Vrijeschool Pabo terechtgekomen. In eerste instantie was mijn lijntje met de antroposofie nog dun. Al snel na mijn aantreden kon ik mij meer en meer met de antroposofische menskunde verbinden. Het sloot goed aan bij hoe ik over didactiek dacht en bij hoe ik de dingen al deed. Op de Vrijeschool Pabo voelde ik me vanaf de eerste dag erg welkom. Er heerst hier een grote betrokkenheid bij het werk. De mensen die hier werken doen dat vanuit een diepe overtuiging en liefde voor de pedagogie. Niemand zit hier zijn pensioen af te wachten.’

 

Teach what you preach

‘Mijn manier van lesgeven? Ik streef ernaar een voorbeeld te zijn voor de leerlingen van de Vrijeschool Pabo. Teach what you preach noemen ze dat. Ik zet studenten zoveel mogelijk zelf aan het werk, en laat ze onder woorden brengen wat ze doen en ervaren. Veel kleine lesjes geven waarvoor ze de lesstof zelf moeten ontwikkelen, daar leer je als student het meest van. Alles in een klas zou moeten plaatsvinden in een veilige leeromgeving binnen duidelijke kaders. Ik probeer beide dingen te bieden.

 

Het onderwijs in de vrijeschool wordt zo vormgegeven dat de leerlingen in het leerproces in hun totaliteit van de drie zielenvermogens; denken, voelen en willen worden aangesproken. In het lesgeven moet je oog leren krijgen voor de rekennatuur van een kind. Ieder kind heeft een andere ingang in het leren. Het is belangrijk om de leerstof zo te ontwerpen en aan te bieden dat de eigen rekenaanpak van kinderen geactiveerd wordt. En daarnaast is het verwoorden van een rekenprobleem heel belangrijk. Als je een som kunt verwoorden, dan snap je haar. Uiteindelijk werk je naar het abstracte rekenen toe, maar dat gaat wel via het enthousiast maken en de juiste uitdaging bieden, het kind moet aan de slag willen gaan.’

 

Schoonheid en voldoening

‘Rekenen is een scheppende en kunstzinnige activiteit. Al rekenend ben je bezig met het scheppen van nieuwe gedachtenstructuren. Als je als docent je eigen lessen vormgeeft, een van de principes van de vrijeschool, heb je de ruimte om opdrachten te ontwerpen die dat zelfscheppende vermogen van de leerlingen stimuleren.

In het rekenen kun je veel schoonheid ervaren. Die schoonheid zit hem bijvoorbeeld in de verbanden die je kunt ontdekken. Als je ontdekt dat 3½ x 14 dezelfde uitkomst heeft als 7 x 7, kan dat heel mooi zijn. Naast een gevoel van schoonheid geeft het zelf oplossen van een som ook voldoening. Schoonheid en voldoening, daarvan groeit je zelfvertrouwen. Om dit te kunnen ervaren moeten de kinderen wel zelf aan het werk gaan. En met ‘kijk, zo doe je dat’ bereik je echt helemaal niets. Dat is een zinnetje wat ik mijn studenten afleer.

Van goed leren rekenen word je blij en gelukkig. Je krijgt steeds meer aangrijpingspunten in de wereld van de getallen en dus in het leven zelf. Want het leven zit boordevol getallen. Goed rekenonderwijs helpt kinderen zich te verbinden met de wereld om hen heen.’

‘Goed rekenonderwijs helpt kinderen zich te verbinden met de wereld om hen heen.’

‘Naast een gevoel van schoonheid geeft het zelf oplossen van een som ook voldoening. Schoonheid en voldoening, daarvan groeit je zelfvertrouwen. Met ‘kijk, zo doe je dat’ bereik je echt helemaal niets.’