studiemogelijkheden en aanmelden

contact en open dag

verder lezen

de passie van docenten

een dag uit het leven van een student

filmportretten van oud studenten

portret van onze opleiding

welkom

Onze opleiding

Hoe wordt er gewerkt op de Vrijeschool Pabo? Welke vakken worden er gegeven en waarom? Wat merk je van de antroposofische achtergrond in de lessen en wat zijn de toekomstperspectieven voor afgestudeerden? Deze en meer vragen beantwoorden Jarla Geerts en Tonnie Brounts. Jarla is Onderwijsmanager van de Vrijeschool Pabo en tevens docent pedagogiek en didactiek. Tonnie is al 24 jaar euritmiedocent op de Vrijeschool Pabo en tevens coördinator van de tweejarige deeltijdopleiding.

 

Waarin onderscheidt de Vrijeschool Pabo zich van de meeste andere pabo’s?

Tonnie: ‘Overal, in al onze lessen en in de hele sfeer van deze school, klinkt ‘het holistische’ of noem het ‘eenheid’ door. Dat holistische zit hem er vooral in dat we de cognitieve, de sociaal emotionele en de vaardigheidsontwikkeling, in de zin van echt het handelen met je handen, gelijkwaardig aanbieden.’

Jarla: ‘Daarnaast word je hier, meer dan elders, opgeleid om zelf lessen te kunnen ontwerpen. Een lesopbouw maken is een ambacht en vergt veel creativiteit. Je krijgt hier veel kunstvakken, zoals boetseren, muziek, tekenen, schilderen en euritmie. Door zelf met kunst bezig te zijn leer je hoe deze vakken op de kinderen werken en tegelijkertijd ontwikkel je je eigen creativiteit eraan.’ Tonnie: ‘Tevens is de groepsvorming, het sociale, een belangrijke pijler van de school. Je moet er echt zíjn in de lessen, want die creëren we samen. Het doet er toe of je er bent. Je wordt geen leerkracht in je eentje.’ Jarla: ‘Dat klopt, het lesgeven doen we hier als docenten niet alleen. Op onze pabo is het niet goed mogelijk lessen van elkaar over te nemen, omdat die niet eenvormig van aard zijn. Daar streven we ook niet naar. De lessen krijgen vorm in de uitwisseling met de groep. Wat er op een bepaald moment speelt in de klas, in de stages, of in het groot, in de maatschappij, al die dingen spelen mee. We krijgen regelmatig terug dat de studenten dat als heel zinvol en ook als zingevend ervaren. Het leerproces dat studenten bij ons gaan, gaat veel via ‘het van elkaar leren.’

 

Wat is de inzet die jullie van de studenten verwachten?

Jarla: ‘Wij vragen veel commitment van onze studenten. Je kunt hier niet ‘even iets leren’. Een gesprek stelt niets voor als je er niet echt instapt. Wij dagen onze studenten uit een persoonlijke ontwikkeling te gaan, een proces dat pas op gang komt als je je ergens écht mee verbindt. Het gaan van een persoonlijke ontwikkeling is belangrijk voor het beroep van leraar, want als leraar doe je er toe!’

Tonnie: ‘Wat daar bijhoort, is dat wij onze studenten vragen om te laten zien hoe zij, op hun eigen manier, iets met de lesstof hebben gedaan. Dat is voor ons veel belangrijker dan alleen iets kunnen reproduceren. Dat geldt voor alle vakken.’ Jarla: ‘En dat geldt ook voor de kunstvakken. Bij deze vakken ontdekken ze dat ze daar dezelfde moeilijkheden tegenkomen als bijvoorbeeld in de pedagogielessen, zij het op een heel andere manier. Ze kunnen in een boetseerles bijvoorbeeld constateren: ‘ik krijg geen vorm in dat beeld’ en bij het voorbereiden van een les: ‘hè, ik krijg geen vorm in die les!’ Zo leren ze op een diepere manier begrijpen dat ze, om dit voorbeeld aan te houden, vormgeven aan het oefenen zijn. Door de ‘confrontaties’ bij de verschillende vakken krijg je het wezenlijke van de leermomenten veel sneller te pakken. En daarnaast leer je inzien dat, met het oog op ontwikkeling, alle vakken met elkaar verweven zijn.’

 

Als ik het goed begrijp, vragen jullie van de studenten een commitment om met hun persoonlijke ontwikkeling aan de slag te gaan. Is daar nog iets meer over te vertellen?

Jarla: ‘In de loop van je studie op de Vrijeschool Pabo krijg je meer kijk op jezelf, je leert je talenten en ook je valkuilen kennen. De ‘mix’ van evenredige aandacht voor het cognitieve, het sociaal emotionele, het kunstzinnige en de vaardigheden geeft onze studenten optimale kansen zich te ontwikkelen. Uiteindelijk leren ze meer en meer te vertrouwen op hun eigen kwaliteiten.’ Tonnie: ‘Naast dat wij de persoonlijke ontwikkeling willen stimuleren, krijgen studenten ook een groot aanbod aan culturele ontwikkeling mee. De culturele ontwikkeling speelt een grote rol op vrijescholen. Dat betekent bij ons: veel zelf oefenen van kunst, muziek en het vertellen van verhalen uit de cultuurgeschiedenis, bijvoorbeeld uit de Griekse mythologie, de Edda, de bijbel, legenden en sprookjes. Die rijke kunst- en cultuurachtergrond betekent veelal ook een grote verrijking voor onze studenten, zeker voor die studenten die zelf niet van de vrijeschool komen. Je bouwt er enorm mee aan je eigen culturele bagage. Kunstonderwijs in de meeste andere scholen is voornamelijk bedoeld als middel tot expressie. Op de vrijeschool kan kunst pas een expressief middel zijn als je het zelf hebt leren doen. Om die reden leren wij onze studenten vaardigheden van beeldhouwen, schilderen, naar kleuren kijken op een bepaalde manier.’

 

Waarin onderscheidt de vrijeschool-pedagogiek zich van ‘gewone’ pedagogiek?

Jarla: ‘In het algemeen kijkt men in deze tijd naar kinderen vanuit de blik: wat laat het kind zien aan kennis en gedrag en hoe past dat in de buitenwereld? Vervolgens wordt de vraag gesteld: hoe kunnen we het kind zo ontwikkelen zodat het in die wereld past? In de antroposofische pedagogiek kijken we andersom. De belangrijkste vraag die wij stellen is: wat brengt dit kind aan talenten en mogelijkheden met zich mee en hoe kunnen we het helpen die naar buiten te brengen? Dus niet: hoe past dit kind straks in deze maatschappij?, maar: wat voegt dit kind daaraan toe? Kinderen van nu maken een toekomstige maatschappij die wij niet kennen, en die zal echt anders zijn dan wij kunnen verzinnen. We voeden ze niet op om ergens in te passen, wel leren we ze om te gaan met de huidige maatschappij. Op dezelfde manier doen wij ook op de Vrijeschool Pabo ons best om uit de studenten te halen ‘wat er al inzit.’

Tonnie: ‘De huidige norm in het onderwijs behelst het streven naar eenvormigheid; iedereen moet dezelfde inhouden krijgen en dezelfde niveaus behalen. Wij gaan veel meer voor pluriformiteit. Ieder mens, ieder kind gaat een eigen individuele ontwikkeling. Die proberen wij zo goed mogelijk te begeleiden. Kinderen leren van mensen die willen leren, van mensen die zoekend, lerend en met interesse in de wereld staan, in al haar verschijnselen.’

Jarla: ’Leerkrachten zouden generalisten moeten zijn die overal enthousiast over kunnen worden, aardrijkskunde, geschiedenis, taal, rekenen. Enthousiasme is essentieel in het overdragen aan de kinderen. Docenten wijden de kinderen in de wereld in. Onze ervaring is dat mensen die alles wel interessant vinden vaak voor het leraarschap kiezen. De beste pedagogen zijn veelzijdige mensen, mensen die het leuk vinden overal in te duiken.’

 

Bestaat er op de Vrijeschool Pabo ook iets als een studentenvereniging?

Tonnie: ‘We hebben een aantal werkgroepen waarin studenten zelf een thema uitwerken. Dat doe je vrijwillig, maar je krijgt er wel een studiepunt voor. Er zit een docent bij, maar de studenten hebben de leidende rol.

Jarla: ‘En de tweedejaarsstudenten verzorgen bijvoorbeeld de introductie van de nieuwe propedeusestudenten.

Er is de opleidingscommissie (OC) die zich met het curriculum van de school bezig houdt. De OC evalueert hoe het gaat met de lessen en het rooster. Alle lessen worden geëvalueerd en worden met de docent besproken. In de OC zitten van elke jaargroep studenten.

En er is een feestgroep die elk jaar twee of drie studentenfeesten organiseert. Daar hebben wij als docent niets mee te maken.’

Tonnie: ‘Er is ook een culturele studentenwerkgroep die de jaarfeesten organiseert voor alle studenten en docenten, bijvoorbeeld ook sinterklaas.’

Kunnen jullie daar iets meer over vertellen. Wat zijn dat voor feesten en waarom worden ze op de Vrijeschool Pabo gevierd?

Jarla: ‘Het meeleven met de natuur die in de zomer volop in bloei staat en zich in de winter in zichzelf terugtrekt, geeft kinderen houvast en stimuleert hen een verbinding te maken met de wereld om hen heen. Vroeger werden de seizoensovergangen gevierd in de vorm van midwinter-, zaai- en oogstfeesten. In de westerse wereld zijn door het christendom die oude natuurbelevingsfeesten verder verdiept. Wij vinden het belangrijk deze feesten, zoals Pasen in de lente, kerst in de winter en ook het Sint Jansfeest in de zomer en het Michaelsfeest in de herfst, met onze studenten te vieren. Het vieren werkt gemeenschapsvormend en door het organiseren ervan leer je hoe je straks in je werkleven deze vieringen voor de kinderen vorm kunt geven. En studenten leren hierdoor ook de levende natuur meer kennen.’

 

Het vrijeschoolonderwijs is gestoeld op de antroposofie. Welke rol speelt dit achterliggende gedachtegoed op de Vrijeschool Pabo? En moet je zelf ook geïnteresseerd zijn in of een verbinding hebben met die antroposofie als student op de Vrijeschool Pabo?

Tonnie: ‘Het belangrijkste uitgangspunt van onze school en ook van de antroposofie is: respect. Respect voor je medemens, voor zijn mening, voor zijn ontwikkeling en voor zijn overtuiging. En in het verlengde daarvan respect voor je omgeving, voor de wereld en ‘het spirituele’. Wij docenten laten ons inspireren door de antroposofie en werken van daaruit. Studenten hebben alle ruimte om daar dingen uit op te nemen of juist niet. Kijk hoe het voelt en kijk hoe het werkt. En ga in discussie! Onderdeel van de antroposofie is dat je alles van alle kanten moet leren bekijken. Wij willen de studenten die ruimte en vrijheid laten ervaren. Een authentieke verbinding met de antroposofie is wel belangrijk als je later in de vrijeschool gaat werken.’

 

Kunnen jullie iets meer vertellen over de uitgangspunten van de antroposofie?

Jarla: ‘De antroposofie, en ook de vrijeschool, gaat uit van twee grondstellingen. De eerste is: er is meer tussen hemel en aarde dan alleen het direct waarneembare. Liefde bijvoorbeeld kan je niet direct zien. Of ik van iemand houd die daar zit, dat kan voor anderen verborgen blijven. Maar het is er wel en het is ook heel wezenlijk. We maken als mensen deel uit van die wezenlijke wereld, die wij een geestelijke wereld noemen. Het andere uitgangspunt is dat de mens een reïncarnerend wezen is. Je bent als mens een tijd op aarde en daarna weer een tijd in die niet-waarneembare wereld. En je hebt hier op aarde iets te doen, iets wat alleen maar hier kan.’ Tonnie: ‘Als mens heb je werkelijk de mogelijkheid iets nieuws te scheppen. Vanuit dat uitgangspunt voeden we kinderen op in de vrijeschool. Je gaat er vanuit dat een kind naar de aarde komt met al een bepaalde richting, een bepaalde affiniteit in zich. De vrijeschool biedt een zo rijk mogelijk palet aan vakken, zodat, in principe, elk kind ergens in de schooltijd zichzelf herkent. Kinderen moeten de gereedschappen krijgen om in deze cultuur hun werk te kunnen doen. Voor onze studenten is het niet noodzakelijk dat ze er ook zo over denken, of dat ze hier in mee moeten gaan. Wel kun je verwachten dat er vragen worden gesteld als: ‘als je het principe van karma en reïncarnatie nu eens als uitgangspunt of als werkhypothese neemt, wat verandert er dan in je onderwijs?’ De antroposofie en dus ook pedagogie van de vrijeschool draagt een christelijk religieus aspect in zich, met kernwaarden als respect en naastenliefde, die in feite confessieoverstijgend zijn. Iedere student, van wat voor geloof dan ook, zou zich op de Vrijeschool Pabo thuis moeten kunnen voelen. Wat wij oefenen, is onbevooroordeeld waarnemen; wij willen onze studenten zonder waardeoordeel naar elkaar en naar kinderen leren kijken. De Vrijeschool Pabo is ook een plek waar jonge mensen met elkaar van gedachten kunnen wisselen over ‘het spirituele’, zonder het gevoel te hebben dat ze daarvoor veroordeeld worden of aan de kant worden geschoven.’

 

Hoe belangrijk zijn de stages?

Tonnie: ‘Heel belangrijk! Na de herfstvakantie in het eerste jaar begint de eerste stageperiode op een vrijeschool. De stages zijn door het hele land. In het tweede jaar loop je ook stage op een reguliere school. Het bijzondere van de vrijeschool is dat het een internationale beweging is. Als mensen een internationale stage willen doen, wordt er altijd meegewerkt om te zorgen dat dat kan.’

 

De Vrijeschool Pabo heeft ook een avondopleiding. Waarin verschilt die van de dagopleiding?

Jarla: ‘In de avondopleiding neemt zelfstudie een veel grotere plaats in, omdat er minder contacturen zijn. Dat is het grootste verschil. Daarnaast is de jaargroep op de dagopleiding in de regel een groep waarmee je van alles samen doet en deelt. In de avondopleiding is dat in mindere mate het geval. Wat niet wil zeggen dat ook de avondopleidingklas een hechte groep kan zijn.’

 

En wat is het perspectief op de arbeidsmarkt voor afgestudeerden aan de Vrijeschool Pabo?

Tonnie: ‘Er is genoeg werk voor mensen die bij ons afstuderen. Vrijwel iedereen vindt binnen een jaar een baan. Je moet wel bereid zijn te verhuizen, er zijn in totaal 90 vrijescholen in Nederland. Sommige docenten komen terecht op de middenbouw van de vrijeschool, de eerste klassen van de middelbare school. Wij bieden daarvoor een minor aan, een specialisatie voor onderwijs aan 10-tot-14-jarigen. Met het diploma van de Vrijeschool Pabo kun je overigens ook op een vrijeschool elders in de wereld gaan werken; er bestaan zo’n 750 vrijescholen verdeeld over 55 landen. De meeste mensen komen na afronding van de Vrijeschool Pabo voor de klas te staan. Je kunt met je diploma van de Vrijeschool Pabo natuurlijk ook in het regulier onderwijs werken. Enkele afgestudeerden komen terecht in het kinderwerk.’

 

Wat betreft de instroom: hoe groot is het deel van de studentenpopulatie dat zelf op een vrijeschool heeft gezeten?

Jarla: ‘Ongeveer twee derde van de studenten van de Vrijeschool Pabo komt zelf van de vrijeschool, maar het is geen voorwaarde om het vrijeschoolonderwijs te kennen om hier op deze opleiding te komen. Vooral de vele kunstvakken zullen in het begin een verrassing zijn voor de nieuwkomers.’

 

Ben ik nog iets vergeten te vragen?

Jarla: ‘We hebben een heleboel vragen beantwoord, maar het is natuurlijk nog leuker om zelf te kijken en te ervaren wat wij hier doen. Mensen zijn van harte welkom op één van onze open dagen!’

Foto © Hapé Smeele